Adequate opleidingen voor de bediening van hoogwerkers zijn een wettelijke verplichting
2008/04/02
Er komt steeds meer nadruk te liggen op de noodzaak om opgeleid te worden in de adequate bediening van arbeidsmiddelen; de IPAF PAL Card is hiervan het voorbeeld m.b.t. opleidingen voor de bediening van mobiele hoogwerkers. Naast het IPAF certificaat en de PAL Card wordt aan iedere cursist een IPAF logboek verstrekt waarin alle uitgevoerde werkzaamheden kunnen worden geregistreerd en zodoende een bewijs van competentie en ervaring van de bediener vormen.
De feiten op een rij:
INTERNATIONAAL: De IPAF opleidingen voor bediening van hoogwerkers zijn als enige door de Duitse TÜV gecertificeerd overeenkomstig de ISO norm 18878 : “Mobile Elevating Work Platforms – Operator (driver) Training.
BENELUX: In Nederland is de ARBO wet van kracht en in Belgie de ARAB en CODEX. Voor de Benelux landen geldt dat de besluiten van de ARBO, ARAB en CODEX zijn geïntegreerd onder de Europese Kaderrichtlijnen voor Arbeidsmiddelen (89/655/655/EEG + aanvulling 2001/45/EG en 95/63/EG). Het doel van de Kaderrichtlijn en de Richtlijn Arbeidsmiddelen is om het arbeidsmilieu te verbeteren, ter bescherming van de veiligheid en de gezondheid van werknemers.
De Richtlijn Arbeidsmiddelen heeft veel overlappingen met de Machinerichtlijn 98/37/EC (onderdeel van de productrichtlijn) met het verschil dat de Kaderrichtlijn en de Richtlijn Arbeidsmiddelen bedoeld is voor beroepsmatige gebruikers. De Machinerichtlijn richt zich tot fabrikanten.
De richtlijn Arbeidsmiddelen zijn door de overheden in de Benelux geïmplementeerd en heeft wetskracht door de gewijzigde Arbowet. De Arbowet eist van werkgevers dat zij in het bezit zijn van een risicobeheersplan en dit plan actief gebruiken. Het geëigende middel om te komen tot adequate risicobeheersing is een Risio-Inventarisatie en –Evaluatie (RI&E). In de Richtlijn Arbeidsmiddelen is de verplichting opgenomen voor een RI&E, gespecialiseerd op arbeidsmiddelen die door de werkgever aan de werknemer ter beschikking gesteld worden.
VOOR ALLE DUIDELIJKHEID: zowel de Richtlijn Arbeidsmiddelen, als de Machinerichtlijn en de ARBO wet (Nederland), ARAB en CODEX (Belgie) zijn als wet van kracht.
Organisatorische maatregelen uit te voeren door de werkgever:
De Richtlijn Arbeidsmiddelen 89/655/EEG stelt verplichtingen aan de werkgever inzake het ter beschikking stellen van arbeidsmiddelen.
De belangrijkste zijn:
1. De werkgever dient veilige machines ter beschikking te stellen.
2. De machines dienen geschikt te zijn voor het uit te voeren werk.
3. De werkgever dient te zorgen voor zorgvuldig onderhoud van de machines.
4. De werkgever dient voldoende informatie te verstrekken; mondeling, maar ook in de vorm van handleidingen. De werkgever dient hierbij rekening te houden met de minimum eisen t.a.v. informatieverstrekking. De informatie moet de volgende gegevens te bevatten:
- beschrijving van gebruiksomstandigheden;
- aangeven van voorzienbare abnormale situaties;
- conclusies;
- ervaringen van gebruik in het verleden;
- de informatie dient afgestemd te zijn op het niveau van de gebruiker.
5. De werkgever dient de gebruikers voldoende op te leiden.
6. De werkgever dient onderhoudspersoneel specifiek op te leiden.
7. De werkgever dient de arbeidsmiddelen te laten keuren door deskundigen vóór de eerste ingebruikneming.
8. De werkgever dient de arbeidsmiddelen periodiek te keuren of te beproeven indien het arbeidsmiddel onderhevig is aan invloeden die leiden tot verslechteringen.
9. De werkgever dient rekening te houden met de werkplek, de houding van werknemers en ergonomische beginselen.
10. De werkgever dient werknemers te wijzen op de gevaren die zij lopen, op de arbeidsmiddelen in hun onmiddellijke werkomgeving en op belangrijke veranderingen.
11. Bij arbeidsmiddelen met specifiek gevaar zorgt de werkgever ervoor:
- dat deze alleen gebruikt wordt door gekwalificeerd personeel;
- dat onderhoud alleen door gekwalificeerd personeel wordt uitgevoerd.
De bepalingen voor mobiele arbeidsmiddelen zijn o.a.
Arbeidsmiddelen met een eigen aandrijving mogen alleen worden bestuurd door werknemers met een adequate opleiding.
In de aanvullende Richtlijn Arbeidsmiddelen 2001/45/EG (aanvulling op 89/655/EEG) wordt gesteld:
Overwegende dat:
Werknemers kunnen bij werkzaamheden op hoogte worden blootgesteld aan bijzonder grote risico's voor hun gezondheid en veiligheid, met name aan de risico's van vallen van hoogte, en aan andere ernstige arbeidsongevallen, die een groot percentage van het aantal ongevallen, en met name van de dodelijke ongevallen, vertegenwoordigen.
HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Indien, met inachtneming van artikel 6 van Richtlijn 89/391/EEG en artikel 3 van deze richtlijn, tijdelijke werkzaamheden op hoogte niet veilig en onder passende ergonomische omstandigheden op een daartoe geschikte werkvloer kunnen worden uitgevoerd, worden de meest geschikte arbeidsmiddelen gekozen om veilige arbeidsomstandigheden te waarborgen en te handhaven. Collectieve veiligheidsmaatregelen moeten voorrang krijgen boven persoonlijke veiligheidsmaatregelen. De afmetingen van de arbeidsmiddelen moeten afgestemd zijn op de aard van de te verrichten werkzaamheden en de voorzienbare belastingen en zodanig zijn dat zonder gevaar doorgang mogelijk is.
WETTELIJKE VERPLICHTING TOT OPLEIDINGEN VOOR DE BEDIENING VAN ARBEIDSMIDDELEN
De richtlijn arbeidsmiddelen 89/655/EEG laat er m.b.t. opleidingen voor bediening en onderhoud van arbeidsmiddelen geen misverstand over bestaan en stelt in de artikelen 5, 6 en 7 het volgende:
Artikel 5
Arbeidsmiddelen met een specifiek gevaar
Wanneer het gebruik van een arbeidsmiddel een specifiek gevaar voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemers kan opleveren, neemt de werkgever de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat :
- het gebruik van het arbeidsmiddel voorbehouden blijft aan werknemers die met dat gebruik belast zijn;
- de betrokken werknemers in geval van reparatie, ombouwing, onderhoud of
verzorging daartoe een specifieke bekwaamheid bezitten.
Artikel 6
Voorlichting van de werknemers
1 . Onverminderd artikel 10 van Richtlijn 89/391/EEG neemt de werkgever de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de werknemers over voldoende informatie en, in voorkomend geval, over gebruiksaanwijzingen betreffende de op het werk gebruikte arbeidsmiddelen beschikken .
2 . De informatie en de gebruiksaanwijzingen moeten tenminste de uit het oogpunt van veiligheid en gezondheid benodigde gegevens bevatten betreffende:
- de omstandigheden waaronder de arbeidsmiddelen dienen te worden gebruikt;
- voorzienbare abnormale situaties;
- de conclusies die in voorkomend geval kunnen worden getrokken uit de bij het gebruik van arbeidsmiddelen opgedane ervaringen.
3 . De informatie en de gebruiksaanwijzingen moeten voor de betrokken werknemers begrijpelijk zijn.
Artikel 7
Opleiding van de werknemers
Onverminderd artikel 12 van Richtlijn 89/391/EEG neemt de werkgever de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat:
- de werknemers die tot taak hebben de arbeidsmiddelen te gebruiken een adequate opleiding ontvangen, onder meer wat betreft de risico's die dit gebruik eventueel met zich brengt.
- de in artikel 5, tweede streepje, bedoelde werknemers een adequate specifieke opleiding krijgen.
Het moge duidelijk zijn: adequate opleidingen zijn een wettelijke verplichting!